Onze Hongaarse camping aan het Balatonmeer

 

Poesta met haaienvinnensoep

Ooit speelde er in Nederland een Hongaarse voetballer met de naam Nagy. Het leuke was dat je dat uitsprak als ‘notzj’ of zoiets. Voor het verblijf op onze camping in Hongarije kochten wij een Hongaars woordenboekje en die zorgde voor een ontdekking: de man heette op z’n Hollands gewoon ‘de Groot’.

 Als je op vakantie naar een Hongaarse camping gaat is een woordenboekje geen overbodige luxe. Dat het land officieel te boek staat als Magyar Köztársaság (Hongaarse republiek) wordt slechts herkend door de verzamelaars van postzegels, want daar staat het op. Een ander woord dat enige bekendheid oproept is puszta. Poesta, ja. En dan niet meteen denken aan de barbecue, maar aan de laagvlakte zonder Hongaarse campings die het grootste deel van het land bedekt. Vroeger was dat een uitgestrekt steppengebied met droge heidevelden en zompige moerassen. Van de oorspronkelijke poesta resten slechts een paar beschermde natuurgebieden.

Poesta

Die Grote Laagvlakte (Nagy Alföld) bepaalt voor een belangrijk deel het landschap rond de campings in Hongarije. De meeste toeristen houden het bij Hongaarse campings in de buurt van Boedapest en het Balatonmeer, maar daar doe je het land eigenlijk mee tekort. Het echte Hongarije met zijn karakteristieke dorpen vind je op deze vlakte. Ach ja, die Poesta. Voordat Hongarije een vakantieland vol Hongaarse campings werd, was het land voornamelijk bekend door de zigeunerorkesten die met melancholieke klanken hun land bezongen. Ik kan me een interview herinneren van een muzikant op één van de campings in Hongarije. De Poesta was zijn thuis, maar door het toenmalige ijzeren gordijn kon hij er niet heen en hij sloeg zijn handen voor de ogen. Ik kende dat gebaar. Het was hetzelfde als dat van die voetballer Nagy, als hij weer eens voor open doel had gemist. Vanaf dat moment is het gebaar van vertwijfeling voor mij synoniem aan de Poesta.

Campings in Hongarije »

Ondiep

Rond het Balatonmeer zie je tegenwoordig veel Hongaarse campings, maar weinig vertwijfelde gebaren. Er is ook geen enkele reden voor. Het is een toeristische trekker, vooral aan de mooie noordzijde. Er zijn 130 stranden en strandjes langs de boorden van het 77 kilometer lange meer, die langzaam in het water afdalen. Heel langzaam zelfs, want na een paar honderd meter kan je nog steeds staan! Pas in het midden van het meer (het grootste van west- en midden Europa) wordt het een paar meter diep. Dat heeft als voordeel dat de temperatuur van het water al vroeg in het voorjaar aangename waarden bereikt. Dat geldt voor het hele klimaat, want met 2000 zonne-uren per jaar scoren  campings in Hongarije niet slecht als vakantiebestemming. Heel geschikt voor een barbecue. Met een gekruide poesta stick zachtjes smeulend op het rooster zit je wel goed op een camping in Hongarije.

Haaien

Dat er in een groot meer als het Balatonmeer vis voorkomt mag geen verwondering wekken. Over de soortenrijkdom wordt soms nogal geheimzinnig gedaan. Zoals in dat restaurant van onze Hongaarse camping aan het meer, waar aan het tafeltje achter ons iemand als voorgerecht haaienvinnensoep bestelde. Ik zag mijn jongste zoon grote ogen opzetten. Haaien? Zwemmen er haaien in het meer? Huiverend besefte hij dat hij de hele dag had gespeeld in een meer vol met haaien. Toen de ober bij onze tafel kwam voor de bestelling, wilde hij er toch het fijne van weten. “Haaien?” Vroeg de ober verbaasd. Na een knipoog van mij had hij het door. “O, haaien,” zei hij met een gespeelde lach. “Nee hoor, er zwemmen geen haaien in het meer.” Net toen mijn zoon opgelucht adem haalde, vervolgde hij: “… dat wil zeggen, nu niet meer. Die meneer aan het tafeltje achter jullie heeft nèt de laatste besteld.”

Campings in Hongarije »