De kunst van het ruiken op de campings in Spanje
Het geheim van de Spaanse neusElk land heeft zijn eigen luchtje. Als ’s morgens op de camping de deur van de caravan opengaat, is het eerste wat opvalt de kenmerkende geur van het land. Nooit op gelet? Probeer dan eens de test op een camping in Spanje, en begrijp waarom ze in Spanje iets met neuzen hebben. Op een camping in Spanje is het voor de bezoeker erg gemakkelijk. Bij aankomst op een Spaanse camping weet je meteen of de man achter de balie een Spanjaard is of niet, nog voor hij een woord gesproken heeft. Het enige waarop je bij campings in Spanje hoeft te letten is de neus. De typerende, Spaanse neus. Heeft de baliemedewerker op de camping in Spanje een wipneus, dan kan je gerust in het Nederlands de conversatie beginnen. Bezit de man van de camping de trotse, puntige Spaanse gok, dan is het even uitkijken. Van alle Europeanen hebben Spanjaarden de meest herkenbare neus. Droom vanuit je camping in Spanje eens in de historie en zie wat Spaanse neuzen allemaal veroorzaakt hebben. |
Kunstenaars en neuzenWat valt er op aan de portretten van beroemde Spanjaarden? Allemaal trotse neuzen. Is het dan toevallig dat in de Spaanse kunst de neus een belangrijke rol speelt? Bij Pablo Picasso zat die op de meest wonderlijke plaatsen, behalve daar waar je hem verwachtte. Salvador Dalí plakte werkelijk overal neuzen, en bij zichzelf accentueerde hij zijn aristocratische reukorgaan met een snor waarvan de punten fier omhoog staken. En denk aan Antoní Gaudí, een kunstenaar die altijd met de neus omhoog liep, omdat hij zo beter het perspectief van zijn wonderlijke bouwwerken kon zien. Zijn tragische dood (hij werd aangereden door een tram) is er wellicht door verklaard. De wonderlijke geesten van deze excentrieke Spanjaarden hebben de hedendaagse toerist heel wat moois nagelaten. Vanaf de camping in Spanje zit je zo in Barcelona. Daar is het werk van Gaudí niet te missen. Parc Guell bijvoorbeeld, met zijn merkwaardige mozaïeken. Of de huizen met gedraaide, asymmetrische daken langs de brede boulevards. En de Sagrada Familia, de kathedraal met de slanke torens. Gaudí werkte nooit van een bouwtekening. Hij maakte een schetsje, en veranderde tijdens de bouw telkens zijn plannen. Dat had hij met de schilder Dalí gemeen. Het museum in Figueres is een van de meest door toeristen bezochte plaatsen. Ook aan de kust in Portlligat en in Púbol (tussen Palamòs en Girona) zijn musea met kunst van Dalí. Allemaal dichtbij vanaf de campings in Spanje. |
Catalaanse luchtjesEen andere beroemde surrealistische kunstenaar uit Barcelona was Joan Miró. Een schilderij uit 1968 lijkt verdraaid veel op het geel met rode logo van de toeristische posters op de campings in Spanje. Zijn graf is te zien bij Montjuïc, de heuvel waar ook het autocircuit en het voetbalstadion van Barcelona zijn. Trouwens, de beroemdste voetballer die ooit voor Barcelona speelde is weliswaar geen Spanjaard, maar de neus van Johan Cruyff misstaat in dit rijtje niet. Het zou een Spanjaard kunnen zijn. Of liever, een Catalaan. Want wat opvalt in deze opsomming van excentrieke neuzen is dat het meestal Catalanen zijn. Scheld een Catalaan nooit uit voor een Spanjaard. Niet alleen de taal is anders, maar het hele denken en doen. En natuurlijk het belangrijkste: de neus. We zijn weer terug op de camping in Spanje, en inhaleren de prille ochtendlucht. Campings in Spanje zijn populair. Sinds jaar en dag bevolken Nederlandse toeristen de campings langs de Costa Brava. Zonder het in de gaten te hebben, komen ze voornamelijk naar de Spaanse campings voor de luchtjes. De saffraanlucht van de rijst in de paella, de kruidige visgerechten, de geurende broodjes… dat hangt allemaal in de Catalaanse lucht. En hoe neem je dat het beste in je op? Juist. |